Wat is een icoon

Het woord icoon komt van het Griekse woord ‘eikon’ wat ‘beeltenis, portret of gelijkenis’ betekent.

Een icoon is een schildering op een (meestal) houten paneel met een religieuze voorstelling, zoals die gebruikt wordt in de orthodoxe kerk. Iconen zijn vooral ontstaan op plaatsen waar het christendom in de vorm van Oosterse orthodoxie toegepast wordt, zoals Griekenland, Rusland, de Balkanlanden, Oost-Europa en ook Egypte en Ethiopië. Het zijn afbeeldingen van Christus, Moeder Gods, apostelen, heiligen of gebeurtenissen uit het oude en het nieuwe Testament.

Paulus schreef (voordat er sprake was van iconen): Christus is de icoon (beeld) van de onzichtbare God. Daarmee verwijst Paulus naar het idee dat God in Christus zichtbaar is geworden. Zo is ook elke icoon het zichtbare teken van een bovennatuurlijke realiteit. Hierbij sluit een beginsel aan van de iconenkunst, namelijk dat alleen dat wat zichtbaar is mag worden afgebeeld. Iconen brengen dus geen fantasie maar een realiteit. Christus, Maria, de apostelen en heiligen hebben niet alleen werkelijk bestaan in het verleden, zij behoren ook tot de geestelijke wereld van nu.

Iconen zijn wegwijzers, ze wijzen vragende mensen naar de zin van het bestaan, bieden hoop en troosten. Iconen laten een stukje van de hemel, van Gods koninkrijk zien en worden daarom ook wel ‘vensters op de eeuwigheid genoemd’.

Veel van wat er op een icoon te zien is heeft een symbolische betekenis: de wijze waarop de heilige of gebeurtenis is afgebeeld, de attributen die te zien zijn, de kleuren, hoe de afgebeelde personen ten opzichte van elkaar staan, kleding, lichaamshouding en handgebaren.

Standaard icoonHet rode onderkleed en het blauwe bovenkleed staan symbool voor de goddelijke respectievelijk menselijke natuur. Zijn rechterhand maakt een zegenend gebaar. De 2 vingertoppen raken elkaar en zijn ook een teken van zijn dubbele natuur.